13.7°C, 3Bft. Inloggen

 

Statuten van de Delftse Studenten Roeivereniging Proteus-Eretes
 

Naam, zetel en rechtsbevoegdheid

Artikel 1.        

1. De vereniging is genaamd: Delftse Studenten Roeivereniging Proteus-Eretes, bij verkorting genaamd: D.S.R. Proteus-Eretes, hierna te noemen: de vereniging.
Zij heeft haar zetel in de gemeente Delft.

2. De vereniging bezit volledige rechtsbevoegdheid.

Duur

Artikel 2.               

1. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.

2. Het boekjaar en verenigingsjaar lopen van één augustus tot en met eenendertig juli.

3. De vereniging is opgericht op zeven juli negentienhonderdzevenenveertig.

Doel

Artikel 3.        

1. Het doel der vereniging is het bevorderen van de roeisport in het algemeen en het doen beoefenen van de roeisport door de in artikel 5 bedoelde personen in het bijzonder.

2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

a. lid te zijn van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, hierna te noemen de KNRB;

           b. het scheppen van gelegenheid tot het beoefenen van de roeisport;

c. het instrueren en trainen van de leden alsmede het organiseren van en het deelnemen aan wedstrijden op het onder b. bedoelde gebied; 

d. het aanknopen en onderhouden van relaties met andere roeiverenigingen en organisaties;

           e. de benodigde accommodatie tot stand te brengen;

           f. het verrichten van al hetgeen verder tot dit doel dienstig kan zijn.

3. De vereniging beoogt niet het maken van winst. Eventuele overschotten worden bestemd voor het financieren van werkzaamheden binnen de doelstelling van de vereniging.

Lidmaatschap

Artikel 4.                

De vereniging bestaat uit:

a. gewone leden;

b. ereleden;

c. leden van verdienste.

Gewone leden

Artikel 5.                

Gewoon lid kunnen zijn:

1.        a. zij, die als student staan ingeschreven aan de Technische Universiteit te Delft;

b. zij, die als student staan ingeschreven aan een andere instelling van hoger beroeps onderwijs of wetenschappelijk onderwijs,met goedkeuring van het bestuur;

c. natuurlijke personen, die op voorstel van het bestuur door de algemene vergadering voor een dan vast te stellen periode worden toegelaten.

d. zij, die onder a of b lid geworden zijn maar niet langer aan de onder a of b genoemde voorwaarden voldoen, met goedkeuring van het bestuur;

2. Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan op verzoek van de betrokkene de eerstvolgende algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.

Ereleden

Artikel 6.         

Ereleden zijn die personen, die wegens buitengewone verdiensten jegens de vereniging door de algemene vergadering als zodanig worden benoemd op voorstel van hetzij het bestuur, hetzij tien stemgerechtigde leden. Ereleden worden benoemd voor onbepaalde tijd.

Leden van verdienste

Artikel 7.        

Tot lid van verdienste kunnen gewone leden en oud-leden zoals bedoeld in artikel 13 onder 2 wegens buitengewone verdiensten jegens de vereniging als zodanig door de algemene vergadering worden benoemd op voorstel van hetzij het bestuur, hetzij tien stemgerechtigde leden. Leden van verdienste worden benoemd voor onbepaalde tijd.

Rechten en verplichtingen

Artikel 8.        

1. De vereniging kan, voor zover uit de statuten van de vereniging onderscheidenlijk van de KNRB niet het tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de leden rechten bedingen. De vereniging kan in een voorkomend geval ten behoeve van een lid nakoming van bedoelde rechten en schadevergoeding vorderen, tenzij het lid het bestuur schriftelijk mededeelt het bestuur daartoe niet te machtigen.

2. De vereniging kan, voor zover dit in de statuten van de vereniging onderscheidenlijk van de KNRB uitdrukkelijk is bepaald, ten laste van de leden verplichtingen aangaan.

3. Voor zover van toepassing gelden de in het eerste en tweede lid bedoelde rechten en verplichtingen ook ten opzichte van het lid jegens de vereniging.

4. Tenzij in deze statuten anders is bepaald, worden de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur.

5. De vereniging kan door een besluit van het bestuur, van de algemene vergadering of van een ander orgaan verplichtingen - al dan niet van financiële aard - aan de leden opleggen.

6. De leden zijn voorts verplicht zich jegens elkaar en jegens de vereniging te gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.

7. De leden zijn tevens gehouden:

a. de statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van het bestuur, van de algemene vergadering of van een ander orgaan van de vereniging na te leven.

b. de statuten en reglementen van de KNRB, de besluiten van een orgaan van de KNRB, alsmede de van toepassing verklaarde wedstrijdreglementen na te leven.

                         c. de belangen van de vereniging niet te schaden.

Straffen

Artikel 9.        

1.        

a. In het algemeen zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten dat in strijd is met de wet, dan wel met de statuten, reglementen en/of besluiten van   organen van de vereniging, of waardoor de belangen van de vereniging worden geschaad.

b. Tevens zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten dat in strijd is met de wedstrijdbepalingen, alsmede met de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de KNRB of waardoor de belangen van de KNRB, dan wel van de roeisport in het algemeen worden geschaad.

2. Indien de algemene vergadering een Tuchtreglement, te weten ‘de regelen der loods’, heeft vastgesteld, geschiedt de behandeling van overtredingen met inachtneming van het bepaalde in het Tuchtreglement en geschiedt de beoordeling en bestraffing van overtredingen door de organen, die in het Tuchtreglement daartoe zijn aangewezen. Geschiedt de behandeling door een tuchtcommissie en door een commissie van beroep dan zijn deze als organen van de vereniging te beschouwen.

3.    

a. Daargelaten de bevoegdheid van de KNRB om overtredingen, als bedoeld in het eerste lid, onder b te bestraffen, is het Bestuur bevoegd om overtredingen te bestraffen, tenzij het Tuchtreglement een ander orgaan aanwijst.

b. Indien in een Tuchtreglement geen ander orgaan wordt aangewezen, kan een lid van een opgelegde straf in beroep gaan bij de algemene vergadering, met inachtneming van het in het tuchtregIement of anders van het in het zevende lid, van dit artikel bepaalde.

4. In geval van een overtreding, als bedoeld in het eerste lid onder a. kunnen de volgende straffen worden opgelegd:

 - berisping;

         - boete;

 - schorsing;

 - royement (ontzetting uit het lidmaatschap).

5. Een schorsing kan ten hoogste voor de duur van een jaar worden opgelegd. Gedurende de periode dat een lid is geschorst, kunnen de aan het lidmaatschap verbonden rechten niet worden uigeoefend, met uitzondering van het recht om in beroep te gaan.

6.    

a. Royement kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

b. Nadat het bestuur tot royement heeft besloten, wordt de betrokkene zo spoedig mogelijk door middel van een brief met bericht van ontvangst met opgave van de reden(en) van het besluit in kennis gesteld.

7.    

a. Van een door de vereniging opgelegde schorsing of royement kan de betrokkene binnen een maand na ontvangst van deze kennisgeving van het bestuur in beroep gaan. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

b. Van de overige door het bestuur van de vereniging opgelegde straffen staat geen beroep open.

Artikel 10.          

1. De leden van de vereniging zijn verplicht om:

a.     het Nationaal Dopingreglement Nederlandse Sport (Dopingreglement) en het tuchtreglement van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond (KNRB), zoals die thans luiden of te eniger tijd in gewijzigde vorm luiden, op hen te aanvaarden en daaruit voortvloeiende verplichtingen na te leven en om - indien vereist - aan de uitvoering van die bepalingen hun medewerking te verlenen;

b.     in geval van (verdenking van een) overtreding van het Dopingreglement en/of het tuchtreglement van de KNRB te allen tijde en zonder enig voorbehoud volledig de toepasselijkheid op hen van het Dopingreglement en/of de tuchtrechtspraak van de KNRB, zoals neergelegd in of vanwege de statuten van de  KNRB, te aanvaarden;

c.     de sancties, die op grond van dit Dopingreglement en / of tuchtreglement aan hen worden opgelegd, bij onherroepelijk worden van deze sancties, te aanvaarden, en

d.     te aanvaarden dat deze sancties een grond kunnen zijn voor ontzetting uit het lidmaatschap.

2. De op grond van het Dopingreglement en / of tuchtreglement aan een lid van de vereniging opgelegde sancties kunnen, bij onherroepelijk worden van deze sancties, een grond zijn voor ontzetting van het lid uit het lidmaatschap van de vereniging.

Einde lidmaatschap

 

Artikel 11.              

1. Het lidmaatschap van leden zoals bedoeld in artikel 4 onder a eindigt:

a. door de dood van het lid;

           b. door opzegging door het lid;

c. door opzegging door de vereniging;

d.door royement (ontzetting), als bedoeld in artikel 9 lid 6;

2. Het lidmaatschap van leden zoals bedoeld in artikel 4 onder b en c eindigt:

a. door opzegging door het lid;

b. door royement (ontzetting), als bedoeld in artikel 9 lid 6;

3.        a. Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.

b. Royement geschiedt door het bestuur, tenzij in een Tuchtreglement anders is bepaald.

4. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen:

 a. in de gevallen in de statuten genoemd;

 b. wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die de statuten voor het lidmaatschap stellen, alsmede;

 c. wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden gevergd het Iidmaatschap te laten voortduren.

5.         a. Een lid kan het lidmaatschap opzeggen met inachtneming van het in dit artikel bepaalde.

b. Een lid kan het lidmaatschap voorts met onmiddellijk ingang beëindigen:

- wanneer redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren;

- binnen een maand nadat een besluit, waarbij zijn rechten zijn beperkt of verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld, in welk geval het besluit alsdan niet op hem van toepassing is. Deze bevoegdheid tot opzegging komt het lid niet toe wanneer rechten en verplichtingen worden gewijzigd, die in de statuten nauwkeurig zijn omschreven, wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen daaronder begrepen;

 - binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie.

6.    

a. Opzegging van het lidmaatschap kan slechts geschieden tegen het einde van het boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Op deze termijn is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. In ieder geval kan het lidmaatschap worden beëindigd door opzegging tegen het einde van het verenigingsjaar, volgend op dat waarin werd opgezegd, alsmede onmiddellijk in de gevallen, als bedoeld in de leden 3 en 4.

b. Een opzegging in strijd met het onder a bepaalde doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgende op de datum waartegen was opgezegd.

Donateurs

Artikel 12.              

1. De vereniging kent naast leden donateurs.

2. Donateurs zijn die natuurlijke of rechtspersonen die door het bestuur zijn toegelaten en die een geldelijke bijdrage leveren om het doel van de vereniging te steunen.

3. Donateurs hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hen in of krachtens de statuten zijn toegekend of opgelegd.

4. De rechten of verplichtingen van donateurs kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd.

5. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

Reünistenen oud-leden

Artikel 13.              

1. De vereniging kent naast leden reünisten en oud-leden.

2. Oud-leden zijn zij die ooit lid geweest zijn zoals bedoeld in artikel 4

a. Uitgezonderd zij wiens lidmaatschap beëindigd is zoals bedoeld in artikel 11 lid 1 onder f en artikel 11 lid 2 onder b.

3. Reünisten zijn:

a. zij,  die lid zijn van de oud-ledenvereniging Oud Proteus-Eretes.

b. zij, die op voorstel van het bestuur als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd.

Bestuur

Artikel 14.       

1. Het bestuur bestaat uit ten minste vijf meerderjarige personen die door de algemene vergadering uit de leden worden benoemd, waaronder een voorzitter, secretaris en een penningmeester. Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door de algemene vergadering.

 2. Bestuursleden worden kandidaat gesteld door het bestuur of door ten minste drie leden. De kandidaatstelling geschiedt niet door middel van een bindende voordracht.

 3. Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuursleden behoort, is ieder van hen geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem te wijten is en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

 4. Ieder bestuurslid wordt benoemd voor een periode van één jaar. Aftredende bestuursleden zijn terstond herbenoembaar. Wie in een tussentijdse vacature is benoemd, neemt de plaats van zijn voorganger in.

 5. De algemene vergadering kan een bestuurslid schorsen of ontslaan indien zij daartoe termen aanwezig acht. Voor een besluit daartoe is een meerderheid vereist van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

6. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:

a. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging:

                   b. door bedanken.

Bestuursbevoegdheid

Artikel 15.       

1. Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.

2. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats(en) aan de orde komt.

3. Het bestuur is bevoegd uit haar midden een dagelijks bestuur te benoemen en de taken en   bevoegdheden van het dagelijkse bestuur vast te stellen.

4. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taken te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur zijn benoemd.

5. Voor het beschikken over saldi bij banken is de handtekening van de voorzitter en/of penningmeester vereist.

6. De machtiging of goedkeuring van de algemene vergadering is nodig voor het aangaan van overeenkomsten, waaruit voor de vereniging verplichtingen kunnen ontstaan van meer dan een bij huishoudelijk reglement vast te stellen bedrag en/of waardoor de vereniging langer dan een bij huishoudelijk reglement vast te stellen tijdsduur zal zijn gebonden. 
Op het ontbreken van bedoelde machtiging of goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

7. Het bestuur is bevoegd, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheid voor de schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden een beroep worden gedaan.

Vertegenwoordiging

Artikel 16.       

1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.

2.  

a. De vereniging wordt voorts in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter tezamen met de secretaris of tezamen met de penningmeester, dan wel bij afwezigheid van een van de genoemden tezamen met een ander bestuurslid.

b. Het bestuur is bevoegd aan anderen een schriftelijke volmacht te verlenen, op grond waarvan deze bevoegd zijn de vereniging in de in de volmacht omschreven gevallen te vertegenwoordigen.

3. Bestuursleden aan wie krachtens de statuten of op grond van een volmacht vertegenwoordigingsbevoegdheid is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet uit dan nadat tevoren een bestuursbesluit is genomen waarbij tot het aangaan van de betreffende rechtshandeling is besloten.

4. De vereniging wordt op de vergaderingen van de KNRB vertegenwoordigd door een daartoe door het bestuur aangewezen bestuurslid, die bevoegd is op die vergadering namens de vereniging en de leden aan de stemming deel te nemen.

Rekening en verantwoording

Artikel 17.       

1. Het bestuur is verplicht tot het houden van zodanige aantekeningen omtrent de vermogenstoestand van de vereniging dat daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

2.  

a.  Het bestuur brengt op de algemene vergadering binnen zes weken na sluiting van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, het jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt in een jaarrekening de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering over. Het stelt tevens de begroting voor het inmiddels aangevangen jaar aan de algemene vergadering ter vaststelling voor. De begroting kan niet worden vastgesteld voordat de jaarrekening is goedgekeurd.

b. De onder a bedoelde stukken worden ondertekend door alle bestuursleden;ontbreekt een handtekening van een bestuurslid, dan wordt hiervan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na afloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuursleden in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.

c. Buiten de begroting mogen geen uitgaven anders dan in het huishoudelijk reglement beschreven, worden gedaan, behoudens na goedkeuring door de algemene vergadering.

3.    

a. De algemene vergadering benoemt jaarlijks een kascommissie, bestaande uit tenminste drie leden die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.

b. De leden worden benoemd voor de duur van maximaal drie jaar en treden volgens een op te maken rooster af. Zij zijn aansluitend slechts eenmaal herbenoembaar.

c. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.

4.  Het bestuur is verplicht de kascommissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en de bescheiden van de vereniging te geven.

5.  Pas nadat de jaarrekening van de penningmeester in de algemene vergadering is goedgekeurd, kan tot decharge van de penningmeester worden overgegaan.

6. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in het eerste en tweede lid, tien jaar lang te bewaren.

Geldmiddelen en contributie

Artikel 18.              

1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:

a. contributies van de leden;

b. ontvangsten uit wedstrijden en entreegelden;

c. subsidies, giften en andere inkomsten.

2. De leden zoals bedoeld in artikel 4 onder a zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van een contributie, die door de algemene vergadering jaarlijks zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende bijdrage betalen.

3. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft niettemin de contributie voor het gehele jaar verschuldigd.

Besluiten van organen van de vereniging

Artikel 19.       

1. Orgaan van de vereniging zijn het bestuur en de algemene vergadering. alsmede al die commissies en personen die krachtens de statuten door de algemene vergadering zijn belast met een nader omschreven taak en aan wie daarbij door de algemene vergadering beslissingsbevoegdheid is toegekend.

2.  

a. Het in een vergadering van een orgaan uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

b. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan wordt het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

3. Van het verhandelde in een vergadering worden notulen gemaakt, die op de eerstvolgende vergadering van het orgaan dienen te worden goedgekeurd.

4.    

a. Een besluit van een orgaan dat in strijd is met de wet of met de statuten, is nietig, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit. Een nietig besluit mist rechtskracht.

b. Is een besluit nietig, omdat het is genomen ondanks het ontbreken van een door de wet of de statuten voorgeschreven voorafgaande handeling of mededeling aan een ander dan het orgaan dat het besluit heeft genomen, dan kan het door die ander worden bekrachtigd. Is voor de ontbrekende handeling een vereiste gesteld, dan geldt dat ook voor de bekrachtiging.

c. Bekrachtiging is niet meer mogelijk na afloop van een redelijke termijn, die aan de ander is gesteld door het orgaan dat het besluit heeft genomen of door de wederpartij tot wie het was gericht.

5.    

a. Een besluit van een orgaan is, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar:

1. wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van het besluit regelen;

2. wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid;

3. wegens strijd met een reglement.

b. Tot de onder a bedoelde bepalingen behoren niet die welke de voorschriften bevatten, waarop in het vierde lid, onder b wordt gedoeld.

6. De bevoegdheid om vernietiging van een besluit te vorderen, vervalt een jaar na het einde van de dag waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, hetzij een belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan is verwittigd.

7.    

a. Een besluit dat vernietigbaar is op grond van het bepaalde in het vijfde lid, onder a, kan door een daartoe strekkend besluit worden bevestigd. Voor dit besluit gelden dezelfde vereisten als voor het te bevestigen besluit. Bevestiging is niet mogelijk zodra een vordering tot vernietiging aanhangig is.

b. Indien de vordering wordt toegewezen, geldt het vernietigde besluit als opnieuw genomen door het latere besluit, tenzij uit de strekking van dit besluit het tegendeel voortvloeit.

Algemene vergaderingen

Artikel 20.      

1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.

2. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen. De bijeenroeping geschiedt door een mededeling in het verenigingsorgaan of door middel van een aan alle leden te zenden schriftelijke kennisgeving met gelijktijdige vermelding van de agenda.

3.    

a. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden, als bevoegd is tot het uitbrengen van een tiende gedeelte van de stemmen in de algemene vergadering, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek.

b. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid of door het plaatsen van een advertentie in ten minste een ter plaatse waar de vereniging is gevestigd veel gelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notulen.

4. De algemene vergadering wordt gehouden te Delft.

Het leiden en notuleren van algemene vergaderingen

Artikel 21.      

1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur of door zijn plaatsvervanger. Zijn de voorzitter en zijn plaatsvervanger verhinderd, dan treedt een ander door het bestuur aan te wijzen bestuurslid als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin.

2. Van het verhandelde in elke algemene vergadering worden door een bestuurslid notulen gemaakt. De notulen worden terstond na de algemene vergadering ter inzage gelegd op een daartoe geschikte plek in het verenigingsgebouw en dienen door de eerstvolgende algemene vergadering te worden vastgesteld.

Toegang en besluitvorming algemene vergadering

Artikel 22.              

1.            

a. ieder lid heeft toegang tot de algemene vergadering.

b. Leden die geschorst zijn, hebben geen toegang tot de algemene vergadering, tenzij zij bij de algemene vergadering beroep hebben ingesteld naar aanleiding van een opgelegde straf in welk geval zij bevoegd zijn alleen de behandeling van hun beroep bij te wonen.

2. Ieder lid heeft één stem.

3. leder lid is bevoegd zijn stem te doen uitbrengen door een schriftelijk gemachtigd ander lid, mits achttien jaar of ouder. Degenen die gemachtigd wordt, kan echter in totaal niet meer dan twee stemmen uitbrengen.

4. Het stemrecht over besluiten, waarbij de vereniging aan bepaalde personen, anders dan in hun hoedanigheid van lid, rechten toekent of verplichtingen kwijtscheldt wordt aan die personen en aan hun echtgenoot en bloedverwanten in de rechte lijn ontzegd.

5. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.

6. Stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen schriftelijk.

7. Over alle voorstellen betreffende zaken wordt, voor zover de statuten niet anders bepalen, beslist bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij het staken van de stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

8. Bij stemming over personen is degene gekozen, die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien niemand die meerderheid heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden tussen de personen, die het hoogste aantal van de uitgebrachte stemmen hebben verkregen en is hij gekozen, die bij die tweede stemming de meerderheid van de uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien bij die tweede stemming de stemmen staken, beslist het lot.

9. Ongeldige stemmen zijn stemmen die blanco of op enigerlei wijze ondertekend zijn, dan wel iets anders aanduiden dan in stemming is gebracht of andere namen bevatten dan van de personen over wie wordt gestemd.

10. Besluiten kunnen ook bij acclamatie tot stand komen, indien geen van de stemgerechtigde aanwezigen zich daartegen verzet.

Statutenwijziging

Artikel  23.     

1. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de algemene vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering moet ten minste zeven dagen bedragen.

2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.

Bovendien wordt de voorgestelde wijziging ten minste veertien dagen voor vergadering in het verenigingsorgaan gepubliceerd en/of een afschrift hiervan aan alle leden schriftelijk toegezonden.

3. Het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel is niet van toepassing, indien in de algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt aangenomen.

4. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste twee derden van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien geen twee derden van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is, wordt binnen vier weken doch niet eerder dan twee weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel, zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, een besluit kan worden genomen, mits met een meerderheid van ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen.

5. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Van dit tijdstip wordt mededeling gedaan in het verenigingsorgaan. leder bestuurslid afzonderlijk is dan tot doen verlijden van deze akte bevoegd.

6. De bestuursleden zijn verplicht in het Verenigingenregister een afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen.

Ontbinding en vereffening

Artikel 24.      

1. Voor een besluit tot ontbinding van de vereniging is het bepaalde in artikel 23 leden 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing met inachtneming van het hierna bepaalde.

2. Bij de oproeping tot de in de eerste en de tweede vergadering moet worden medegedeeld, dat ter vergadering zal worden voorgesteld de vereniging te ontbinden. De termijn voor oproeping tot zodanige vergadering moet ten minste veertien dagen bedragen.

3.    

a. De bestuursleden treden na het besluit tot ontbinding van de vereniging als vereffenaars op.

b. De algemene vergadering is bevoegd na het besluit tot ontbinding de alsdan zitting hebbende bestuursleden te ontslaan met gelijktijdige benoeming van een of meer vereffenaars.

4. Bij een besluit tot ontbinding wordt de bestemming van een eventueel batig saldo bepaald, terwijl de algemene vergadering tevens een of meer bewaarders aanwijst.

5. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en reglementen voor zover mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan moet aan haar naam worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.

6. De boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging moeten door de bewaarder(s) worden bewaard gedurende tien jaren na afloop van de vereffening.

Huishoudelijk Reglement

Artikel 25.      

1. Bij een huishoudelijk reglement, vast te stellen door de algemene vergadering, kunnen regels worden gesteld onder andere ten aanzien van: de rechten en plichten van de gewone leden, ereleden, leden van verdienste, donateurs, oud-leden en reünisten; de rechten en verplichtingen van het bestuur; de algemene vergadering, de verkiezingen, de geldmiddelen, de inwendige dienst der vereniging en omtrent al datgene waarin door deze statuten niet is voorzien. Elke bepaling van het reglement, die in strijd is met deze statuten, is nietig.

2. Onder schriftelijke kennisgeving in deze statuten wordt tevens verstaan kennisgeving per e-mail.

 

Juli 2015